ECLI:NL:GHSHE:2026:2623, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-09-2026, 000648-26
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof overweegt dat de herhaalde toepassing van dwangmiddelen voor eenzelfde feit slechts mogelijk is wanneer sprake is van nieuwe feiten en of omstandigheden die deze herhaalde toepassing rechtvaardigen en dat bij gebreke daarvan sprake kan zijn van schending van het beginsel ‘nemo debet bis vexari’. Het betreft een bijzondere verschijningsvorm van het vertrouwensbeginsel en anders dan door de Advocaat-Generaal is betoogd komt schending van dit beginsel niet slechts in beeld in het geval het om hernieuwde toepassing van de voorlopige hechtenis gaat. Ook in een situatie als de onderhavige, waarin de verdachte voor de feiten waarvoor later een vordering ex artikel 67b Wetboek van Strafvordering is ingediend eerder is aangehouden en in verzekering gesteld, moet sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden alvorens hernieuwde vrijheidsbeneming aan de orde kan zijn. Anders dan dat er ernstige bezwaren zijn gerezen tegen de verdachte terzake een soortgelijk feit, zijn er door het Openbaar Ministerie geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht die een hernieuwde vrijheidsbeneming zouden rechtvaardigen. Mede gezien het tijdsverloop is het hof van oordeel dat dan ook de 67b Sv vordering in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover die de 67b vordering heeft toegewezen en verklaart het Openbaar Ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de 67b Sv vordering.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.