ECLI:NL:GHDHA:2026:2935, Gerechtshof Den Haag, 28-08-2026, 22-000425-26
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Poging doodslag; overtreding van art. 5a WVW; overtreding van art. 7 lid 1 ond a en b WVW; overtreding van art. 163 lid 6 WVW; overtreding van art. 107 lid 1 WVW. Het hof acht poging tot doodslag bewezen. Verdachte heeft tijdens een dollemansrit met zijn auto, met aanzienlijke snelheid rijdend over het voetpad, een kwetsbare en nietsvermoedende voetganger van achteren aangereden. Vervolgens is hij met de auto blijven doorrijden, ook toen de voetganger nog op de motorkap lag, totdat deze enkele meters verderop van de motorkap werd geslingerd en rakelings langs het linker voorwiel van de auto op de grond terechtkwam. Het hof is van oordeel dat dergelijk rijgedrag de aanmerkelijke kans op de dood van die voetganger heeft meegebracht. Verdachte verkeerde onder invloed van crack en alcohol. Bij strafoplegging rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, waarin voor het eerst sprake van intrinsieke motivatie voor behandeling op korte termijn. In afwijking tot advies reclassering oplegging van extra bijzonde
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.