ECLI:NL:GHARL:2026:6541, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-10-2026, 21-004659-24
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – veroordeeld voor mishandeling, poging tot afpersing en opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden. Verdachte heeft het slachtoffer met een list naar zijn woning gelokt en heeft hem hier vervolgens opzettelijk van zijn vrijheid beroofd. Terwijl het slachtoffer in zijn woning was, heeft verdachte hem mishandeld en beschoten met een spijkerpistool. Verdachte heeft met dit geweld geprobeerd om het slachtoffer te dwingen tot betaling van een aanzienlijk geldbedrag. Het verweer dat de geweldshandelingen niet gericht waren op het verkrijgen van geld wordt verworpen. Vrijspraak van poging doodslag omdat het opzet op de dood niet kan worden bewezen. Vrijspraak van zware mishandeling omdat het letsel van het slachtoffer niet aan de eisen voldoet die de Hoge Raad stelt aan de kwalificatie van zwaar lichamelijk letsel. Ook vrijspraak van poging tot zware mishandeling bij gebrek aan bewijs dat het tenlastegelegde handelen voornoemd zwaar letsel zou kunnen veroorzaken. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte ten volle is toe te rekenen. Het hof zal in het kader van de strafoplegging rekening houden met de persoons- en middelenproblematiek van verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met bijzondere voorwaarden
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.