Ondertoezichtstelling baby bekrachtigd wegens zorgen over moeder
ECLI:NL:GHAMS:2026:2926, Gerechtshof Amsterdam, 13-10-2026, 200.371.349/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)bekrachtiging ondertoezichtstelling, artikel 1:255 lid 1 BW
Kern van de zaak
Een pasgeboren kind (geboren in 2026) is onder toezicht gesteld vanwege ernstige zorgen over het psychisch welbevinden van de moeder. De moeder verzocht het hof de ondertoezichtstelling te beëindigen. De zorgen bestonden al vóór de geboorte en leidden tot een voorlopige OTS in januari 2026.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bekrachtigt de bestreden beschikking (de ondertoezichtstelling). Doorslaggevend is dat aan de wettelijke gronden van artikel 1:255 BW is voldaan: de minderjarige wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd door de psychische problematiek van de moeder, die onvoldoende openheid geeft en de noodzakelijke zorg onvoldoende accepteert.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele jeugdbeschermingszaak zonder nieuwe rechtsvragen; het hof past de bestaande wettelijke criteria van artikel 1:255 BW routinematig toe zonder richtinggevende overwegingen.
Belangrijkste punten
- 1Tien jaar aan zorgmeldingen over de moeder wegens instabiel gedrag, geluidsoverlast, huiselijk geweld en stalking
- 2Voorlopige OTS was al vóór de geboorte uitgesproken vanwege ernstige zorgen over psychisch welbevinden moeder
- 3Moeder geeft onvoldoende openheid over haar psychische situatie en het effect daarvan op het kind
- 4Omgang vader-kind is vastgesteld door rechtbank: wekelijks één uur begeleid bij moeder thuis onder regie GI
- 5Hulpverlening (POEK) is betrokken; ouders volgen mediationtraject voor ouderschapsplan
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past de standaard toetsing van artikel 1:255 BW toe en bevestigt dat een OTS kan worden uitgesproken én bekrachtigd ook wanneer het kind nog zeer jong is, mits de bedreigingsgronden aantoonbaar aanwezig zijn. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
De ondertoezichtstelling van het kind blijft van kracht, waardoor de GI toezicht houdt op de opvoedingssituatie en de hulpverlening kan worden afgedwongen. De moeder behoudt het gezag maar blijft gebonden aan aanwijzingen van de GI.
Onderwerp-impact
In zaken van jeugdbescherming bevestigt deze uitspraak dat een combinatie van langdurige zorggeschiedenis en gebrek aan transparantie over psychische problematiek voldoende grond vormt voor een OTS, ook bij pasgeborenen.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat de ondertoezichtstelling centraal van een in 2026 geboren kind. De vader heeft het kind voor de geboorte erkend; de ouders hebben nooit samengewoond. Al vóór de geboorte bestonden ernstige zorgen over het psychisch welbevinden van de moeder, die aanleiding gaven tot een voorlopige ondertoezichtstelling in januari 2026. Uit raadsrapporten bleek dat over een periode van tien jaar talrijke zorgmeldingen waren gedaan door verschillende personen en instanties, over onder meer instabiel en verward gedrag van de moeder, geluidsoverlast, huiselijk geweld en stalking. De moeder gaf onvoldoende openheid over haar psychische situatie en het mogelijke effect daarvan op haar kind. Na de geboorte werd door de rechtbank een begeleide omgangsregeling vastgesteld tussen vader en kind. Hulpverlening via POEK is betrokken en de ouders werken aan een ouderschapsplan via mediation. De moeder verzocht het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de ondertoezichtstelling te beëindigen. Het hof toetste het verzoek aan artikel 1:255 lid 1 BW, dat een OTS toestaat wanneer een minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, de noodzakelijke zorg niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouders, en verwacht mag worden dat de OTS bijdraagt aan de afwending van de bedreiging. Het hof oordeelde dat aan alle wettelijke gronden is voldaan. De combinatie van de langdurige zorggeschiedenis rondom de moeder, haar onvoldoende transparantie over haar psychische toestand en de kwetsbare positie van het zeer jonge kind maken dat de ontwikkelingsbedreiging reëel en ernstig is. Het verzoek van de moeder wordt dan ook afgewezen en de ondertoezichtstelling bekrachtigd. De uitspraak heeft geen richtinggevend karakter maar illustreert hoe rechters de wettelijke OTS-criteria toepassen in situaties waarbij een ouder langdurig zorgwekkend gedrag vertoont en onvoldoende meewerkt aan hulpverlening.