ECLI:NL:GHAMS:2026:2726, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 23-000531-26
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Jeugd. Strafzaak. Beperkt hoger beroep ingesteld (toepassing van art. 423 lid 4 Sv). Vernietiging van het vonnis waarvan beroep, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Vrijspraak voor openlijke geweldpleging (zaak B) en veroordeling voor voorbereidingshandelingen art. 10a Opiumwet (zaak D, feit 2). Het hof neemt aanvullende bewijsoverwegingen op over de gestelde vormverzuimen en het opzet op de voorbereidingshandelingen. Onder de vastgestelde feiten en omstandigheden heeft het aanraken en bewegen van de tas, ter inbeslagname, door de verbalisanten naar het oordeel van het hof niet geleid tot een overschrijding van hun bevoegdheden; dit ging niet verder dan zoekend rondkijken. Het hof bepaalt de straf (overeenkomstig art. 423 lid 4 Sv) voor de bewezenverklaarde misdrijven in zaak A onder 1 en 2, zaak C en zaak D onder feit 1 op een jeugddetentie op van 200 dagen, waarvan 130 dagen vw, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd in het vonnis waarvan beroep. Voor de voorbereidingshandelingen legt het hof een taakstraf op in de vorm van een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie. Ook neemt het hof beslissingen ten aanzien van het beslag.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.