ECLI:NL:CRVB:2026:1304, Centrale Raad van Beroep, 08-10-2026, 25/1104 ZW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De uitsluiting van een niet-PGB gefinancierde huishoudelijk werkster voor de Ziektewet is niet gerechtvaardigd. Betrokkene werkte voordat zij ziek werd vijf dagen per week bij zeven particuliere huishoudens voor in totaal gemiddeld 27,5 uur. Zij werd, anders dan de betrokkene in de uitspraak van 30 maart 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:481), niet betaald uit een PGB. Omdat zij voor geen enkele werkgever op vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Ziektewet. De Raad komt tot het oordeel dat deze uitsluiting ook voor deze niet-PGB dienstverleenster in strijd is met het verbod van discriminatie op grond van geslacht. De uitsluitingsbepaling treft overwegend vrouwen en het UWV heeft niet aangetoond dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Het UWV heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluitingsbepaling – die deel uitmaakt van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ - geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen. De doelstelling van de uitsluiting, het tegengaan van zwart werk, wordt niet bereikt en voor het bereiken van de andere doelstelling, een positief werkgelegenheidseffect, is weinig bewijs te vinden. Bovendien zijn er (buitenlandse) alternatieven die niet tot indirecte discriminatie op grond van geslacht leiden. Er is nog geen begin gemaakt de bruikbaarheid van deze of andere alternatieven in Nederland te onderzoeken. De uitsluitingsbepaling moet buiten toepassing worden gelaten en het UWV moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om een ziektewetuitkering.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.