JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:456

ECLI:NL:CBB:2026:456, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 24/537

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 18 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/537

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Besluit op bezwaar niet tijdig verdaagd. Ingebrekestelling. Toekenning verbeurde dwangsommen. Boete gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Met een e-mail en brief van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de ontvangst van het bezwaarschrift aan de gemachtigde van appellante bevestigd. Daarbij heeft hij er op gewezen dat de gronden van het bezwaar ontbreken en de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Ook heeft hij er op gewezen dat hierdoor de termijn om te beslissen op het bezwaar wordt opgeschort totdat het verzuim is hersteld of de daarvoor gegeven termijn ongebruikt is verstreken. Omdat de beslistermijn niet eerder kan worden opgeschort dan met ingang van de datum waarop die beslistermijn is aangevangen, is deze opschorting niet rechtsgeldig en kan daarmee dus geen rekening worden gehouden (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 november 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4204)). Ook met het per e-mail van 22 november 2022 verstuurde bericht tot verlenging van de termijn voor het nemen van het besluit op bezwaar met zes weken kan geen rekening worden gehouden. Niet in geschil is dat de volgens genoemde e-mail in briefvorm bijgevoegde verdagingsbeslissing de gemachtigde van appellante niet tegelijk met die e-mail heeft bereikt. Vast staat dat de die brief eerst na het verzenden van het op 19 januari 2023 genomen besluit op bezwaar aan de gemachtigde van appellante is toegestuurd en daarmee bekend is gemaakt. Die brief heeft dus niet tot tijdige verdaging geleid. De door een senior adviseur bestuursrecht van de NVWA ondertekende e-mail van 22 november 2022 kan op zichzelf al niet als een rechtsgeldige verdagingsbeslissing worden aangemerkt, omdat de gemachtigde van de staatssecretaris op zitting heeft toegegeven dat ervan moet worden uitgegaan dat deze ambtenaar niet bevoegd was tot het (namens de staatssecretaris) nemen van verdagingsbeslissingen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2673

Hof buigt zich over opzegging Martinair-cao vrachtvliegers

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2679

KLM moet vrachtvliegers erkennen via overgang van onderneming

38/100Bekijk
Instantie·22 sep 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6033

5/100Bekijk
Hoge Raad·22 sep 2026

ECLI:NL:HR:2026:1528

~80geschat
Bekijk